Berlioz Symphonie Fantastique


berlioz_courbet2

Schilderij van Courbet: Berlioz

 

 

Hector Berlioz (1803-1869) zou aanvankelijk geneeskunde gaan studeren, maar het werd muziek, met name door het zien en horen van opera’s van Gluck. In 1826 dong hij mee naar de prestigieuze Prix de Rome, maar haalde de voorronde niet. Hij ging toen daadwerkelijk muziek studeren en won in 1830 de Prix de Rome. In dat jaar voltooide hij ook de Symphonie Fantastique. Hij ging in 1831 naar Rome, maar  keerde het volgend jaar terug met twee geladen pistolen omdat zijn toenmalige verloofde heimelijk trouwde met een ander. Gelukkig strandde de reis in Nice waar zijn woede bekoelde. Overigens was Berlioz ook niet erg trouw: in 1827220px-Henrietta_Smithson werd hij hopeloos verliefd op de actrice Harriet Smithson na het zien van haar als Ophelia in Hamlet. Zonder dat zij zich bewust was van Berlioz’ bewondering vertrok ze naar Engeland. Berlioz’ liefdesbrieven bleven onbeantwoord, maar ziet: in 1833 keerde Harriet naar Frankrijk terug, de kennismaking werd hernieuwd en al snel was er sprake van een huwelijk. Dit duurde echter kort. Beide echtelieden spraken elkaars taal niet. Harriet brak  haar been, moest haar carrière opgeven en raakte aan de drank. Na de dood van Smithson trouwde Berlioz met de zangeres Marie Recio, om na haar overlijden zijn jeugdliefde Estelle Duboeuf te huwen. Hijzelf overleed in 1869.

De Symphonie Fantastique is één van Berlioz’ vroegste werken. Naderhand legde hij zich vooral toe op opera en oratorium en liederen. Hij was één van de beste dirigenten van zijn tijd, maar moest toch bijverdienen om het leven leefbaar te houden. Zo was hij ook bibliothecaris en muziekrecensent. Hij heeft ook zijn eigen memoires geschreven.

Berlioz was een typische romanticus en als zodanig een kind van zijn tijd. Zijn vroege werken, met name de Symphonie Fantastique,  staan bol van  “Weltschmerz”.  De romantische thematiek doortrekkend: de droom (beantwoorde liefde van Smithson) moet vooral geen werkelijkheid worden.

 

 

 

Toelichting op de Symphonie Fantastique van Hector Berlioz zelf (vrij vertaald):

 

De componist stelt zich voor dat een jonge musicus (natuurlijk hijzelf) met een buitengewone gevoeligheid en een sterke verbeelding, in diepe wanhoop door hopeloze verliefdheid, zijn toevlucht neemt tot opium. De roes die hierop volgt gaat gepaard met vreemde droombeelden. Zijn gevoelens, emoties en herinneringen worden tot muzikale thema’s en melodieën. De onbereikbare geliefde wordt voor hem een droombeeld hij associeert met een muzikaal idee, waarin hij hetzelfde karakter bespeurt: bol van passie, maar ook delicaat. Dit idee, dit motief, noemt de componist een idée fixe, een steeds terugkerende dwanggedachte waarvan hij maar niet kan loskomen.

 

Eerste deel:  dagdromen, hartstochten (rêveries, passions)

De hoofdpersoon herinnert zich eerst het ondefinieerbare verlangen, de sombere stemming die hij ervoer voordat hij zijn geliefde ontmoette. De overgang  van een staat van dromerige melancholie, onderbroken door verschillende oprispingen van doelloze vreugde, naar een van waanzinnige passie, met zijn impulsen van woede en jaloezie, terugkerende momenten van tederheid, zijn tranen, en zijn religieuze troost, vormen het onderwerp van het eerste deel. De melodie die verschijnt aan het begin van het eerste allegro, en het denkbeeld waarnaar het verwijst achtervolgen hem onophoudelijk als een dubbel idée fixe. Dat is waarom het thema telkens terugkeert in ieder deel van de symfonie.

 

 

Tweede deel: een dansfeest (un bal)

De kunstenaar bevindt zich in de meest uiteenlopende omstandigheden: zelfs op een dansfeest verschijnt het geliefde visioen voor hem, en verontrust aldaar zijn ziel.

 

Derde deel: op het platteland (scène aux champs)

Op een avond op het platteland hoort hij in de verte twee herders een volkswijsje spelen; dit pastorale duet, in deze omgeving, het zachtjes ruisen van de bomen in de wind, gevoelens van hoop die hij recentelijk heeft gekoesterd – dit alles brengt zijn hart een ongekende rust, en geeft zijn gedachten een vrolijker kleur. Maar zijn geliefde verschijnt opnieuw…en als ze hem nu eens zou bedriegen! Dit mengsel van hoop en angst, deze gedachten aan geluk verstoord door duistere voorgevoelens, vormen het onderwerp van het adagio. Aan het einde zet een van de herders opnieuw de melodie in; de ander antwoordt niet meer…de zon gaat onder. Geluiden van ver onweer…eenzaamheid…stilte.

 

Vierde deel: mars naar het schavot (marche au supplice)

Hij droomt nu dat hij de vrouw heeft gedood waarvan hij hield, en dat hij ter dood veroordeeld  naar het schavot wordt gebracht, en getuige is van zijn eigen executie. De processie wordt begeleid door een mars die nu eens krachtig en somber is, dan weer statig en briljant; harde klappen worden gevolgd door de doffe tred van zware voetstappen. Aan het einde van de mars keren de eerste vier maten van het idee fixe terug, als een laatste gedachte aan liefde, afgekapt door de klap van de bijl.

 

Vijfde deel: droom van een heksensabbat (songe d’une nuit de Sabbat)

Berlioz_photo_1863

Foro van Berlioz uit 1863

Hij ziet zichzelf aanwezig op een heksensabbat, omringd door een afschrikwekkende menigte geesten, tovenaars en monsters van allerlei soort, bijeengekomen voor zijn begrafenis. Vreemde geluiden, gekreun, uitbarstingen van gelach, verre kreten waarop andere kreten lijken te antwoorden. De melodie van zijn  geliefde keert opnieuw terug, maar ze heeft haar verfijnde en ingehouden karakter verloren; het is nu een ordinair dansdeuntje geworden, triviaal en grotesk; zij is naar de sabbat gekomen…een gebrul van vreugde begroet haar komst…ze mengt zich in de duivelse orgie. Er zijn doodsklokken, we horen de middeleeuwse plainsong Dies Irae, er is de sabbatsdans. De sabbatsdans en het Dies Irae gaan tenslotte samen.

 

Met zijn Symphonie Fantastique is Berlioz de grondlegger van de programmamuziek, die later verder werd ontwikkeld door Franz Liszt en Richard Strauss. Naast een typische romanticus was Berlioz ook een inventief en geniaal componist. Heel wat nieuwe muziekinstrumenten werden in zijn tijd uitgevonden en de alerte Berlioz was enthousiast om die nieuwe klanken in het symfonieorkest op te nemen. Bijvoorbeeld  de ophicleide: een lage trompet met kleppen en te beschouwen als voorloper van de tuba. Uit die in onbruik geraakte ophicleide ontwikkelde Alphonse Sax een ander koperinstrument met kleppen: de saxofoon. Verder zijn liefst vier harpen voorgeschreven en even zoveel fagotten. Het klokkenspel was al bekend van operamuziek, maar werd door Berlioz voor het eerst in het symfonieorkest gebruikt. Verder is er een hobo die buiten het orkest speelt, op afstand dus. Om schrik en angst te suggereren worden soms snaren met het hout van de strijkstok bewerkt (col legno).

 

Zonder twijfel gebruikte Berlioz opium. Dit blijkt uit brieven die hij aan zijn vader, een gerespecteerd arts, schreef.  Ook later schrijft hij over zijn gebruik van Laudanum (opiumtinctuur,  alcoholextract), dan kon hij “dingen vergeten”.  Waarschijnlijk was Laudanum in die tijd een veel gebruikte drug. Onbekend is in hoeverre de Symphonie Fantastique eigen ervaringen van de componist  als druggebruiker weergeeft.