Chichester Psalms


In Engeland bestaat een lange traditie van samenzang. Ik herinner me dat mijn vader op  ik  meen zondagavond altijd naar de BBC wilde luisteren en wel naar het prachtige community singing. In de zomer wemelt het in Engeland van de korenfestivals. De bekendste zijn de 3 Choirs Festival in Hereford, Worcester en Gloucester. Maar er is ook het festival in Sussex, veelal geconcentreerd rond de monumentale kathedralen van Winchester en Chichester. Deze muzikale koortraditie gaat terug tot de bekende componist Thomas Weelkes (1575-1623). Elk jaar zijn er nu  grote festivals die druk worden bezocht door Engelsen en buitenlanders. Gerenommeerde orkesten en solisten worden voor deze evenementen uitgenodigd.

Leonard Bernstein en Walter Hussey

In 1963 wilde de predikant van Chichester Dr. Walter Hussey (1909-1985) het festival nieuw leven inblazen. Het was de tijd dat in de kerken populaire muziek kon worden toegelaten. Bijvoorbeeld jazzorkesten als begeleiding van gemeentezang (Ichthus). Hussey was kunstverzamelaar en goed op de hoogte met de ontwikkelingen in de kunst in het algemeen, en had ook reeds opdrachten gegeven aan bijvoorbeeld Benjamin Britten en William Walton, maar ook aan beeldende kunstenaars zoals Marc Chagall en Henry Moore. Kennelijk waren er toen al zoveel bezoekers dat er voldoende financiële  middelen waren.

In 1963 kreeg Hussey het idee om Leonard Bernstein (1918-1990) te vragen een compositie  te schrijven voor het festival  in Chichester. Bernstein was een gerenommeerd dirigent en wel van de New York Philharmonic. Maar hij had ook de juist in die tijd geweldig populaire muziek van de West Side Story op zijn naam staan. Een geschikte componist dus om ook enigszins het populaire van de muziek in de kerk te brengen. Bernstein had zojuist ter ere van de begrafenis van Kennedy een Joods gebed (Kaddish) op muziek gezet en dat was Hussey niet ontgaan. Men kwam tot het idee van een religieus geïnspireerd stuk, met als basis de Psalm, in de Joodse traditie een gedicht met religieuze, soms mystieke strekking, dat ook  kan worden gezongen. De melodieën van de in de kerkdienst gezongen psalmen waren geïnspireerd op Joodse voorzang in synagogen. In de Middeleeuwen waren de Psalmen in het westen de meest bekende Bijbelboeken. De traditie wilde dat David als een soort troubadour psalmen dichtte en zong. De Psalmen was het eerste Bijbelboek dat vertaald werd in lekentaal, reeds in de 8e eeuw verscheen een Angelsaksische versie. Na de 16e eeuw waren de Psalmen een grote inspiratiebron voor westerse dichters.

Hussey wilde eigenlijk een stuk gebaseerd op Psalm 2, maar Bernstein stelde voor een stuk te schrijven dat op meer psalmen was gebaseerd. Hij wilde eigenlijk een stoort suite met een selectie van psalmdelen met de spannende titel Jeugdpsalmen (melodieus, zangerig en ritmisch). Mogelijk is ook om die reden een jongenskoor voorgeschreven. Wel, van Hussey kreeg Bernstein alle vrijheid. Het was een mooie opdracht, aan de ene kant avontuurlijk, aan de andere kant ook wel enigszins voor de hand liggend. Bernstein had meer typisch Joodse muziek gecomponeerd en hij was overduidelijk een man met Joodse wortels. Inmiddels is Chichester Psalms een geliefd repertoire stuk voor koren, zeker als zij Joods geïnspireerde muziek willen programmeren.

Bernstein stond erop de originele Hebreeuwse teksten te gebruiken. Hussey begon direct zijn koorleden verbaal hierop te trainen. Inmiddels kreeg Bernstein conflicten met zijn orkest de New York Philharmonic, dat kwam goed uit, hij nam een sabbatical en componeerde de Chichester Psalms, de première was in 1965. Deze uitvoering was een succes en de bisschop van Chichester meldde enthousiast dat hij David zag dansen (zoals beschreven in het boek II Samuel 6, als David de heilige tabernakel naar Jeruzalem terug brengt en zonder remmingen de hele nacht door danst “voor de almachtige Heer”).

Elk deel bevat de volledige tekst van een psalm en een uittreksel van een andere. De relatie van die teksten is elke keer weer  verschillend. Het werk begint met een aanmoediging de Heer te prijzen: juichend en triomfaal gebruik van fanfareachtig koper (psalm 108 tweede couplet):

Mijn ziel, ontwaak met harp en lier, ik zal het morgenrood wekken.

Direct daarna dansachtige ritmes, die aan de West Side Story doen denken, in een bewerking van Psalm 100 (compleet), “vrolijk geluid”:

Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den Heere. Dient den Heere met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang. Weet, dat de Heere is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide. Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam. Want de Heere is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.

Het tweede  deel begint met psalm 23 (compleet):

De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.
Hij doet mij neerliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.
Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.
Al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.
Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.
Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des Heeren blijven in lengte van dagen.

Kathedraal van Chichester

Dit wordt gezongen door een jongenssopraan, mocht volgens de componist geen vrouwenstem zijn. Hierna overgang naar Psalm 2 coupletten 1-4: Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid? De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen, en het gaat allemaal fout. Later weer Psalm 23. Contrast dus  tussen  oorlog en vrede.

Het laatste deel geeft eerst een introductie van strijkers als inleiding voor psalm 131 (Compleet), en tenslotte zingt het onbegeleide koor het  eerste couplet van psalm 133 als een zicht op vrede:

Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het, dat broeders ook tezamen wonen.

voor het afsluitende amen.

De oorspronkelijke partijen waren  bedoeld voor jongenskoor en mannelijke andere partijen, maar Bernstein  voerde het zelf ook vaak  uit met vrouwenstemmen in plaats van jongens. Maar de grote altsolo in het tweede deel lijkt ongeschikt voor een vrouwenstem, en deze wordt dan ook altijd  gezongen door een jongensalt of een countertenor.